|
Borgharen
De geschiedenis van het maasdorp Borgharen is nauw verweven met het kasteel van Borgharen en zijn bewoners. Men neemt aan dat Borgharen al vrij vroeg een zelfstandige heerlijkheid was met een eigen schepenbank. In 1330 blijken de dorpen Borgharen en
Itteren, ieder met een eigen gerecht en bevoegd tot hoge en lag er
rechtspraak, in gemeenschappelijk bezit toe te horen aan Adam van Haren, heer van Borgharen én aan hertog Jan III van Brabant. Beiden besloten op 17 oktober 1330 tot deling waarbij de hertog van Brabant het dorp en gerecht Itteren voor zich hield en Adam van Haren hetzelfde met Borgharen. Jan III trad op dat ogenblik op als heer van Valkenburg. Er is in 1330 duidelijk sprake van twee afzonderlijke heerlijkheden: Borgharen was niet van Itteren afgescheiden of omgekeerd.
Onduidelijk blijft echter hoe de onverdeelde eigendom van de heerlijkheden is ontstaan.
Men zou kunnen denken aan een erfenis nagelaten aan beide personen. In 1334 kwam door een scheidsrechterlijke uitspraak van de koning van Frankrijk het Land van Valkenburg weer in bezit van Dirk IV van Valkenburg. De verdeling van justitie van Borgharen en
Itteren, waartoe was besloten in oktober 1330, bleef bestaan, want de twee heerlijkheden worden vanaf dat jaar niet meer gezamenlijk genoemd. Zie ook
www.itteren.nl .
Borgharen is een echt maasdorp dat geregeld geteisterd werd door overstromingen van de Maas en zodoende met enige regelmaat landelijk maar ook internationaal in het brandpunt van de belangstelling stond tijdens watersnoodrampen. Het dorp ligt ten noorden van Maastricht ingeklemd tussen de Maas en het Julianakanaal en ligt zodoende bij overstromingen vrij geďsoleerd.
De Maas vormt tevens de grens met België en de stuw van Borgharen is landelijk bekend vanwege het dagelijks bekendmaken van de waterstanden van de Maas.
Lees verder in "Borgharen - Deel 2" |