De geschiedenis van het koor

Aan het begin van de twintigste eeuw was een kleine groep enthousiaste mannen, woonachtig langs de boorden van de Maas in de toen nog zelfstandige gemeente Borgharen en voortgekomen uit leden van het kerkelijk zangkoor , actief met het verzorgen van optredens op het kasteel van Borgharen en tijdens plaatselijke kermissen in de omgeving. Tenslotte mondde dit uit in de oprichting van het "Gregoriuskoor" in 1902.

In de eerste jaren van het koor na de oprichting vond er jaarlijks een winterconcert plaats, gecombineerd met een toneeluitvoering, welke eveneens door de leden zelf werd verzorgd, zong het koor aubades bij bruiloften en feesten en uiteraard op Koninginnedag op het gemeentehuis van Borgharen.In de dertiger jaren nam het koor met veel succes deel aan concoursen en zangersdagen, alwaar de hoogste eer werd behaald, zoals in 1930 te Valkenburg en in 1931 te Vught de eerste prijs met lof van de jury en weer in 1932 een eerste prijs in Boxtel.

Destijds telde het koor 35 zangers, die bovendien in die tijd ook vaak gevraagd werden te zingen voor de Belgische radio.

Aan deze bloeiperiode kwam een vroegtijdig einde door het uitbreken van de 2e wereldoorlog. Omdat het Gregoriuskoor niet bereid was om lid te worden van de beruchte Duitse " Kulturkammer", verstomden de stemmen langs de Maas en gingen zij "ondergronds". Het aantal actieve zangers liep toen terug van 80 tot ca. 30 zangers.

Nadat de oorlog voorbij was werd het muzikale leven weer opgepakt en ging het koor onverdroten voort met het verzamelen van prijzen op concoursen. Wat te denken bijvoorbeeld van een eerste prijs met lof van de jury tijdens een internationaal Zangconcours in 1959 te Vught, alwaar maar liefst 344 van de maximaal 360 punten behaald werd onder leiding van dirigent Lambert Kengen, die in 1957 de bekende musicus Max Celis was opgevolgd die dirigent van het koor was van 1953 tot 1957.

Lees hier "hoe het verder ging"

 
 
 

© 2006 by D. van de Winkel   -   d.h.h.vandewinkel@students.uu.nl